Geschiedenis

Ontstaan

Op 15 januari 1946 vindt in het Gebouw voor Christelijk Volksbelang de Vrijmaking in Ermelo plaats. De daar aanwezigen hebben grote bezwaren tegen de uitspraken van de Gereformeerde synode inzake de betekenis van de doop aan de kinderen van de gelovigen. Het zijn fundamentele verschillen over de wettigheid van die doop. Daar komt bij dat de synode in de ogen van de bezwaarden kerkrechtelijk onjuist handelt door zichzelf steeds weer te verlengen in plaats van opnieuw door de kerken te worden samengesteld. Bovendien legt de synode de uitspraken over de leer van de doop bindend aan de kerken op in plaats van de kerken de gelegenheid te geven deze te toetsen aan Gods Woord, op grond van artikel 31 van de in de kerk aanvaardde Dordtse Kerkenordening.
Nadat de bezwaarden lange tijd de kerkelijke weg hebben bewandeld om hun standpunt duidelijk te maken en de synode te bewegen de omstreden besluiten terug te nemen, zien zij zich tenslotte genoodzaakt zich vrij te maken van de gewraakte synodebesluiten. Het zijn beslissingen die met pijn in het hart worden genomen want de breuk loopt dwars door families en gezinnen heen en geeft ook om die reden veel verdriet. Op de avond van 15 januari 1946 maken zich in Ermelo 52 belijdende en 30 doopleden vrij.
Op 17 januari worden tot ouderling gekozen K. Bosma, A. Gerber, K.C. Manden en R. Verbeek, en tot diaken J.W.O. Breimer, A. Eissen en M. van Kuiken. Vervolgens wordt de kerkelijke organisatie en het verenigingsleven opgebouwd vanuit het niets. Er komen Bijbelstudieverenigingen, er is een koor, er worden correspondentschappen ingesteld en er wordt gezocht naar een 'eigen' onderkomen. Omdat de kerkleden de Vrijmaking als een geloofsdaad zien zijn zij ook bereid daar het nodige voor te "offeren". Al spoedig wordt een bouwfonds opgericht en reeds een maand later het fonds predikantsplaats. Korte tijd later begint met het beroepingswerk.

Predikanten en pastorieën

Nadat de jonge gemeente eerst een aantal bedankjes moet verwerken kan op 8 juni 1947 Ds. C. Stam te Tweede Exloërmond als eerste predikant worden bevestigd. Inmiddels telt de gemeente ruim 200 zielen. In de huisvesting van het predikantsgezin wordt voorzien door huur van de Villa Altenbosch aan de Harderwijkerstraatweg. In 1949 wordt het pand Frederik Hendriklaan 19 aangekocht en als pastorie in gebruik genomen. Het pand is door vier predikanten bewoond geweest. Na Ds. Stam, die in 1951 vertrekt naar Groningen, biedt het vanaf 1954 gedurende tien jaar huisvesting aan Ds. Joh. De Wal. Zijn opvolger, Ds. T.J. Keegstra, woont er vijf jaar in nl. van 1965 tot 1970. Na een vacante periode van drie jaar aanvaardt Ds. M. Brandes van Hengelo het op hem uitgebrachte beroep, waarna zijn gezin acht jaar bewoner van het pand is. Na zijn vertrek naar Groningen Oost wordt het pand verkocht. Elders in het dorp worden nieuwe pastorieën gekocht. De groei van de gemeente maakt het instellen van een tweede predikantsplaats noodzakelijk. Op 28 augustus 1977 wordt Ds. H.E. Nieuwenhuis aan de gemeente van Ermelo verbonden. Ds. Brandes wordt in 1982 opgevolgd door Ds. E. Woudt, die in 1993 Ermelo verwisselt voor Heemse. In de vacature wordt in 1994 voorzien door de intrede van Ds. P. Groenenberg. Deze overlijdt op 14 maart 2005 in actieve dienst. Hij wordt per 1 januari 2007 opgevolgd door Ds. P.F. de Boer.

De eerste Rehobothkerk

Het kost aanvankelijk enige moeite om, direct na de Vrijmaking, huisvesting te vinden voor de zondagse erediensten. Tenslotte vindt de kleine gemeente onderdak in het gebouw van de Zendingskerk voor een bedrag van ƒ 10,-- per week. Aan de kerkleden wordt gevraagd of zij zaterdag een blok hout en/of enkele turven achter de kerk willen bezorgen. Van dat kerkje en het erachter liggende verenigingsgebouw 'De Hoeve' wordt dertien jaar dankbaar gebruik gemaakt.
Ondertussen wordt hard gespaard voor een eigen kerkgebouw. In 1955 wordt een perceel grond gekocht op de hoek van de Dirk Staalweg en de Oude Telgterweg ter grootte van 23 are en 80 ca voor de prijs van ƒ 3.927,--. Daarop verrijst de Rehobothkerk die op 7 augustus 1959 in gebruik wordt genomen.

In het kerkblad "Van Ermelo's kerk-erf" van 10 juli 1959 schrijft Ds. De Wal een toelichting op de gekozen naam. Deze voert naar Genesis 26 waar te lezen is van de moeite die Isaäk ondervindt in het land der Filistijnen. Hij moet zelfs vertrekken en ondervindt daarbij tal van tegenslagen. Al de putten die door de knechten van zijn vader waren gegraven, waren door de Filistijnen dichtgestopt en met aarde gevuld. De nieuw gegraven putten werden betwist door de Gerarieten, zodat ze weer verder moesten trekken. Tenslotte belandt hij op een plaats waar een put wordt gegraven waarover zij niet twistten. Deze noemde Isaäk Rehoboth, en hij zei: "Nu heeft de HERE ons ruimte gemaakt, zodat wij vruchtbaar kunnen zijn in het land." Ds. De Wal wijst op de dubbele betekenis. De HERE gaf ruimte en bevrijding, zodat Isaäk zou kunnen uitgroeien, naar Gods belofte, tot een groot en talrijk volk. Daarin is de groei van de kerk te zien. In de naam is ook te lezen dat de HERE ons vrijheid en gelegenheid geeft te vergaderen op een plaats die ons niet wordt betwist. Tegelijkertijd is het een plaats, waardoor de komst van Gods koninkrijk wordt gediend en de groei van de kerk bevorderd moet worden. Gave en opgave voor de gehele gemeente. Als we dat in rekening willen brengen zal de HERE ons Zijn zegen niet onthouden, aldus Ds. De Wal.

Bij de ingebruikneming van de nieuwe kerk wordt de sleutel van de kerk door de architect overgedragen aan de kerkeraad. Daarna wordt een korte Woorddienst gehouden. De tekst is uit Openbaring 21: 22. Het thema luidt 'De profetische troost over de schijnbare tragiek van alle tempelbouw. De puntenverdeling is als volgt:
1. Tempelbouw is verantwoordelijk werk
2. Tempelbouw schijnt teleurstellend werk
3. Tempelbouw blijkt eeuwigheidswerk.

Na de pauze volgt een meer intieme gemeentevergadering. Hier spreekt mevr. Riemer op geestige wijze bij het aanbieden van de geschenken die de VAK (Vrouwenaktie voor de Aankleding van ons Kerkgebouw) heeft gekocht van de opbrengst van de acties. Eigenlijk is er meer sprake van Inkleding van het kerkgebouw want, behalve de vlag, is het ganse resultaat van de acties toch bestemd voor het interieur van het gebouw. De opbrengst bedraagt in totaal een bedrag van ƒ 2.843,25. Van mevrouw Van Deelen ontvangt de kerkenraad een kanselbijbel die oorspronkelijk nog aan Prof. Brummelkamp heeft toebehoord. Gemeentelid dokter Bosch schenkt de luidklok voor het gebouw. Ook de verenigingen leveren hun bijdrage aan het welslagen van deze avond.

Het kerkgebouw, al snel bekend als het ‘witte kerkje’ wordt gebouwd naar een ontwerp van architect P.W.J. Hoeks en trekt landelijke aandacht. We citeren het Winkler Prins Jaarboek 1960, waar op pagina 277 onder het hoofdstuk 'Protestantse kerken' is te lezen: "De op 7 augustus 1959 in gebruik genomen Rehobothkerk van de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt te Ermelo wordt vooral, in technisch en economisch opzicht, als een uitstekend voorbeeld voor nieuwe kerkbouw beschouwd. De totale kosten bedroegen ca. ƒ 115.000,--. De kerk heeft 320 vaste zitplaatsen."



Een wandkleed in de kerkzaal van het huidige kerkgebouw vormt een blijvende herinnering aan het witte kerkje.

Ledenverloop

Behalve dat van gestage groei (van 82 in 1946, via 300 in 1959 naar bijna 500 in 1969) sprake is en een eigen kerkgebouw in gebruik is genomen, blijven ook moeiten de kerk niet bespaard. Reeds jaren sluimerende zaken komen aan het eind van de zestiger jaren, ook landelijk, tot een uitbarsting. Het gaat om verschillen van inzicht over de betekenis van de Vrijmaking, de band aan de Gereformeerde Belijdenisgeschriften en de verhouding tot het kerkverband. Plaatselijk dieptepunt is dat in 1969 148 leden buiten het kerkverband geraken. Zij vormen de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt (buiten verband). Later zal men zich, na landelijke afspraak, Nederlands Gereformeerde Kerk gaan noemen. Ook hier gaat de kerkstrijd dwars door gezinnen en families en is er aan beide kanten veel verdriet.
De breuk heeft ook andere gevolgen voor de kerkelijke gemeente van Ermelo. De kerk van Voorthuizen-Barneveld is als gevolg van de kerkelijke twist zo klein geworden dat de leden aldaar kerkelijk onderdak bij Ermelo zoeken. Die situatie duurt tot 1981. Op dat moment is de gemeente daar zover gegroeid dat tot (her)instituering kan worden overgegaan.
In 1990 vindt in Putten (her)instituering plaats. De kerkleden aldaar hebben vanaf 1946 bij Ermelo gehoord, maar zijn zo in getal gegroeid dat, na een proefperiode, men op eigen benen kan staan.
De gemeenteleden uit Harderwijk hebben slechts kort in Ermelo gekerkt. Eind 1947 wordt men daar zelfstandig.

De nieuwe Rehobothkerk

Als gevolg van de al genoemde groei wordt het kerkgebouw te klein, niet alleen voor de erediensten, maar ook voor de doordeweekse activiteiten. Daarom wordt het oude kerkje gesloopt en verrijst op dezelfde plek een nieuw kerkgebouw met 650 zitplaatsen. Het wordt een modern, speels opgezet gebouw. De ramen zijn van gekleurd glas, waarin de cyclus van groei en landbouw is uitgebeeld. Met de vele kappen, die het gebouw rijk is, wil de architect de vele activiteiten binnen het gebouw aangeven. Bovendien laten deze kappen veel licht door, zowel van buiten naar binnen als -symbolisch gezien - van binnen naar buiten. Het totale ontwerp sluit aan bij de omgeving, bij de dorpsgemeenschap, maar bedoelt toch duidelijk een kerkgebouw te zijn.

Het ontwerp is van architect D.J. van der Stelt en de totale kosten bedragen ƒ 1.600.000,--. Van dat bedrag wordt ƒ 650.000,-- door de kerkleden zelf opgebracht. De luidklok van het witte kerkje fungeert in de nieuwe kerk als doopvont. Het doopvont maakt deel uit van het liturgisch centrum, naar een ontwerp van gemeentelid K.P. de Haan. De preekstoel wordt geflankeerd door twee liturgieborden aan de achterwand. Op het podium staat voor het ene bord de collectezakkenstandaard en voor het andere een tafel, waarvan het doopvont deel uitmaakt. Omdat aan de andere kant van die tafel het avondmaalsstel staat, wordt d.m.v. de daartussen liggende open Bijbel de eenheid tussen Woord en sacrament gesymboliseerd.
 

Het orgel, in 1974 door de gebroeders Reil te Heerde gebouwd, komt ook uit de vorige kerk. Het is een orgel met mechanische sleepladen en opgebouwd met de bestaande windlade en met gedeeltelijk oud pijpwerk.
In 2005 wordt voor de prijs van € 55.000,00 een Blank-orgel overgenomen van de Christelijke Gereformeerde kerk te Bussum. Het instrument, gebouwd in 1963, heeft een hoofd- en rugwerk met vrij pedaal en achttien registers. Het telt 1.114 pijpen.

De eerste steen

In de hal van het gebouw vinden we de 'eerste' steen, met daarop de tekst uit Prediker 4:17 "Behoed uw voet als gij naar Gods huis gaat". Bij de ingebruikname op 12 september 1978 houdt Ds. M. Brandes in zijn openingstoespraak de gemeente de woorden van 2 Kronieken 5 voor, waar het gaat over de inwijding van de tempel van Salomo: "In dit huis zal gepredikt worden naar het woord van onze God. Mocht dit anders zijn, geve God dat dit gebouw dan instort."
Burgemeester E. Veen prijst namens het gemeentebestuur de moed van de kerk om in die tijd zo'n kerkgebouw te laten bouwen. "Een gebouw zonder toren, maar met veel toppen die naar de hemel wijzen" aldus Ermelo's eerste burger, daarbij verwijzend naar het steeds weer inspringende dak van het gebouw. Tijdens de periode van de bouw vinden de kerkleden gastvrij onderdak in het Hervormd Kerkelijk Centrum aan de Jeugdkant.
In 1997 vindt een inpandige verbouwing plaats, waarbij zaalruimte en facilitaire voorzieningen worden uitgebreid.

Kerkblad

Ten behoeve van de onderlinge communicatie is een eigen kerkblad van groot belang. Dat wordt ook zo aangevoeld door drukkerij Bolhuis te Ermelo, die ten tijde van de vrijmaking de uitgave van de kerkbode van de classis Harderwijk der Gereformeerde kerken verzorgt. In een brief van 30 januari 1946 is te lezen dat als er gemeenteleden zijn die onder de huidige omstandigheden geen prijs meer stellen op ontvangst van deze kerkbode, zij dat kunnen aangeven. In dat geval wordt slechts een derde (ƒ 0,30) van de kwartaalprijs in rekening gebracht.

De classis Apeldoorn benoemt vervolgens een commissie voor samenspreking met de drukker van “Ons Kerkblad”. Men bereikt overeenstemming over prijs en uitvoering.
Het wordt een uitgave van de classes Apeldoorn, Arnhem en Harderwijk.

In 1948 wil de classis Harderwijk geen verantwoordelijkheid meer dragen voor de uitgave van “Ons Kerkblad”. De grotere kerken hebben behoefte aan een eigen kerkblad. Op 6 maart 1948 wordt in gezamenlijk overleg door de classes Arnhem en Harderwijk besloten om de uitgave van “Ons Kerkblad” te beëindigen m.i.v. 30 juni 1948

Vanaf medio 1948 worden de Ermelose berichten geplaatst in het Gereformeerd Kerkblad van Overijssel en Gelderland.

Op 3 oktober 1958 verschijnt het eerste nummer van “Van Ermelo’s Kerk-erf” het eerste eigen kerkblad voor Ermelo. In de loop van vijftig jaar heeft het kerkblad het karakter van een mededelingblad gekregen en en is ook de verschijningsvorm enkele malen gewijzigd.

1958
Zoals u ziet ontbreekt de eerste jaren het kerkzegel op het voorblad.

1964
Pas in 1964 (6e jaargang, nr. 17 van 29-8-1964) is er ruimte voor gemaakt. Het is dan ook prominent aanwezig met een doorsnee van 4 cm. Het oorspronkelijke formaat. Ook het lettertype van de naam verandert.

1979
In 1979 wordt besloten om het blad in eigen beheer te gaan vervaardigen wat voor de kerkenraad aanleiding is het orgaan in een ander jasje te steken en een andere naam te geven. In het verslag van de vergadering van 19 april 1979 lezen we dat door de Commissie van Beheer vier 'kopjes' worden getoond waarvan er één wordt uitgekozen. Vervolgens is vastgelegd dat "de kerkbode voortaan de naam Ichthus zal voeren". Dat is alles.
In het kerkblad verduidelijkt de toelichting van Ds. Brandes dit besluit. Onder het hoofdje 'Ons kerkblad in een nieuw jasje' deelt de preses van de kerkenraad het volgende mee: "Het kerkblad wordt voortaan geheel door gemeenteleden vervaardigd. Daarom kwam het de kerkeraad goed voor ons blaadje in een ander jasje te steken. Hij besloot daarbij de naam net zo te doen luiden als de naam die we in het vignet aantreffen: Ichthus."
Hierdoor wordt het kerkenraadsbesluit wel iets duidelijker. In hetzelfde nummer van, inmiddels, Ichthus (21e jaargang nr. 10 van 12-5-1979) geeft de ontwerpster van het front van het vernieuwde kerkblad, Gezien Bruijn, een toelichting dat zij het kerkzegel het middelpunt wil laten zijn van de vensters en de puntdaken die kenmerkend zijn voor ons nieuwe kerkgebouw.

"Stenen, glas en balken vormen de doorgaande lijnen en vlakken in het vignet, maar het zegel, de Bijbel en de gemeenteleden zijn toch de belangrijkste gegevens waar alles om draait".

1998
Met ingang van de 40e jaargang (1998) ondergaat het kerkblad, dat inmiddels het mededelingenblad Ichthus heet, zijn eerste verandering. In de plaats van het witte omslag wordt nu gebruik gemaakt van de kleur zacht geel, terwijl het titelblad er ook anders uit komt te zien. Nu weer een losstaand zegel, duidelijk naast de naam Ichthus afgedrukt. Onder aan de pagina zijn de omtrekken van de zijkant van het kerkgebouw zichtbaar. Het zegel heeft dit keer aan formaat niets hoeven in te leveren, want het blijft 2½ cm maar is nu wel weer veel duidelijker zichtbaar. Per jaargang wordt nu een andere kleur omslag gebruikt.

Kerkzegel

Bij de vrijmaking in 1946 is het oorspronkelijke kerkzegel in gebruik gebleven. Het zegel dateert uit de jaren twintig van de twintigste eeuw.
  "In 1924 werd aan de Gereformeerde Kerk een kerkzegel geschonken". Dat is te lezen in het Gedenkboek Rond Ermel's Wehme. Behalve een omschrijving van het zegel vernemen we verder niets daarover. Ook verschillende herdenkingsuitgaven van de plaatselijke Gereformeerde kerk (syn) geven geen uitsluitsel over de herkomst van het zegel. Bij het raadplegen van de notulen stuiten we op een kerkenraadsvergadering van 3 januari 1924, waaruit we het volgende citeren:
"De preases (Ds. B. van Halsema) deelt mede, dat iemand bereid is gevonden aan de kerk van Ermelo een kerkelijk zegel ten geschenke te geven. Een omschrijving wordt gegeven hoe de gever zich voorstelt dat dit stempel er zal kunnen uitzien.
De kerkeraad ontvangt deze mededeling met ingenomenheid en zal gaarne een dergelijk geschenk aanvaarden. Over wat op dit stempel zal moeten geschreven staan, kan nog nader overleg worden gepleegd en dienaangaande informaties worden ingewonnen.
In verband met een vraag van br. Breimer wordt opgemerkt dat, wanneer de stukken die vanwege de kerkeraad worden uitgegeven, van dit zegel zijn voorzien, men volstaan kan met daarop één handtekening te plaatsen."
Het valt blijkbaar niet mee om een en ander nader te onderzoeken, want in de notulen van 11 augustus 1924 lezen we:
"Br. Rappers vraagt wanneer het kerkelijk zegel, waarover indertijd werd gesproken, kan verwacht worden. De preases zal hiernaar een onderzoek instellen."
Hier worden we dus niet veel wijzer van. Navraag bij het dienstencentrum van de Gereformeerde kerken in Nederland te Leusden geeft te zien dat men daar het bekende zegel te boek heeft staan met onderliggend een gedeelte uit een brief uit 1960 van Ds. Van Halsema waarin hij, uit zijn herinnering puttend, schrijft dat het zegel in 1924 'ten geschenke is gegeven' waarna de beschrijving volgt. In een cirkel van 4 cm doorsnee staat in omschrift DE.GEREFORMEERDE.KERK.TE.ERMELO * In de binnenring staan de Griekse letters I, CH, TH, U, S, die tezamen het woord Ichthus vormen, het Griekse woord voor vis. Onder die letters is een vis afgebeeld. De letters staan voor Iesous CHristus THeou Uios Sooter, wat betekent Jezus Christus Gods Zoon Zaligmaker. De vis is ook het symbool van de oude christelijke kerk, ontstaan als geheim teken van de Christenen in de catacomben, uit protest tegen de verering van de Romeinse keizers als godheid.

Na 1946 blijft het zegel ook bij de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt in gebruik.

Herdenkingsboekjes en andere (eigen) uitgaven

Een aantal onderwerpen in dit historisch overzicht wordt nader uitgewerkt in brochurevorm.

Er zijn enige exemplaren van de volgende uitgaven beperkt beschikbaar.
1 Herdenking Vrijmaking Ermelo op 15-1-1971.
2 Voorgeschiedenis Rehobothkerk Ermelo, jul 1984
3 Herdenking Vrijmaking Ermelo op 15-1-1996
4 Notulen breede kerkeraad van 15-5-1947
5 Het zegel van de kerk, dec 1998
6 Bouw Rehobothkerk in 1978, jul-sep 2003
7 Een koninklijk instrument, jun-aug 2006
8 50 jaar van het Ermelo's kerk-erf, jul-okt 2008
Belangstellende kunnen contact opnemen met de archivaris (archivaris@gkvermelo.nl)

Biografieën predikanten Gereformeerde Kerk vrijgemaakt

1. C. Stam (1947 - 1951)
Pred. te Tweede Exloërmond 1-8-1943, Ermelo 8-6-1947, Groningen 30–9-1951, Emeritus 1-10-1980.

2. Joh. de Wal (1954 - 1964)
Pred. te Noordbergum 9-11-1941, Rijnsburg 20-7-1947, Ermelo 4-5-1952, Emeritus 1-9-1964, Bruchterveld 23-3-1969, overleden 25-8-1975.

3. T. J. Keegstra (1965 - 1970)
Pred. te Waardhuizen 27-10-1957, Tiel-Zaltbommel 6-4-1961, Ermelo 23-5-1965, Arnhem 4-10-1970, Emeritus 1-7-1986, overleden 1-12-1993.

4. M. Brandes (1973 - 1981)
Pred. te Daarlerveen 21-6-1959, Meppel 19-1-1964, Hengelo 16-4-1967, Ermelo 24-6-1973, Groningen-O. 21-6-1981, Hardenberg 3-7-1988, Hardenberg-O. 1-1-1993, Emeritus 9-3-1995.

5. H.E. Nieuwenhuis (1977 - 1-10-2011 emeritaat)
Pred. te Zuidwolde (Gr.) 7-1-1973, Ermelo 28-8-1977.

6. E. Woudt (1982 - 1993)
Pred. te Vrouwenpolder 11-3-1973, Den Helder 6-2-1977, Ermelo 3-10-1982, Heemse 2-5-1993.

7. P. Groenenberg (1994 - 14-3-2005, overleden in actieve dienst)
Pred. te Uithuizen 24-9-1972, Stadskanaal 22-8-1976, Amersfoort-W 11-7-1982, Ermelo 1-7-1994.

8. P.F. de Boer (2007 - heden)
Pred. te Roodeschool 30-1-1994, Staphorst 26-9-1999, Ermelo 1-1-2007

Geschiedenis

Ontstaan

Op 15 januari 1946 vindt in het Gebouw voor Christelijk Volksbelang de Vrijmaking in Ermelo plaats. De daar aanwezigen hebben grote bezwaren tegen de uitspraken van de Gereformeerde synode inzake de betekenis van de doop aan de kinderen van de gelovigen. Het zijn fundamentele verschillen over de wettigheid van die doop. Daar komt bij dat de synode in de ogen van de bezwaarden kerkrechtelijk onjuist handelt door zichzelf steeds weer te verlengen in plaats van opnieuw door de kerken te worden samengesteld. Bovendien legt de synode de uitspraken over de leer van de doop bindend aan de kerken op in plaats van de kerken de gelegenheid te geven deze te toetsen aan Gods Woord, op grond van artikel 31 van de in de kerk aanvaardde Dordtse Kerkenordening.
Nadat de bezwaarden lange tijd de kerkelijke weg hebben bewandeld om hun standpunt duidelijk te maken en de synode te bewegen de omstreden besluiten terug te nemen, zien zij zich tenslotte genoodzaakt zich vrij te maken van de gewraakte synodebesluiten. Het zijn beslissingen die met pijn in het hart worden genomen want de breuk loopt dwars door families en gezinnen heen en geeft ook om die reden veel verdriet. Op de avond van 15 januari 1946 maken zich in Ermelo 52 belijdende en 30 doopleden vrij.
Op 17 januari worden tot ouderling gekozen K. Bosma, A. Gerber, K.C. Manden en R. Verbeek, en tot diaken J.W.O. Breimer, A. Eissen en M. van Kuiken. Vervolgens wordt de kerkelijke organisatie en het verenigingsleven opgebouwd vanuit het niets. Er komen Bijbelstudieverenigingen, er is een koor, er worden correspondentschappen ingesteld en er wordt gezocht naar een 'eigen' onderkomen. Omdat de kerkleden de Vrijmaking als een geloofsdaad zien zijn zij ook bereid daar het nodige voor te "offeren". Al spoedig wordt een bouwfonds opgericht en reeds een maand later het fonds predikantsplaats. Korte tijd later begint met het beroepingswerk.

Predikanten en pastorieën

Nadat de jonge gemeente eerst een aantal bedankjes moet verwerken kan op 8 juni 1947 Ds. C. Stam te Tweede Exloërmond als eerste predikant worden bevestigd. Inmiddels telt de gemeente ruim 200 zielen. In de huisvesting van het predikantsgezin wordt voorzien door huur van de Villa Altenbosch aan de Harderwijkerstraatweg. In 1949 wordt het pand Frederik Hendriklaan 19 aangekocht en als pastorie in gebruik genomen. Het pand is door vier predikanten bewoond geweest. Na Ds. Stam, die in 1951 vertrekt naar Groningen, biedt het vanaf 1954 gedurende tien jaar huisvesting aan Ds. Joh. De Wal. Zijn opvolger, Ds. T.J. Keegstra, woont er vijf jaar in nl. van 1965 tot 1970. Na een vacante periode van drie jaar aanvaardt Ds. M. Brandes van Hengelo het op hem uitgebrachte beroep, waarna zijn gezin acht jaar bewoner van het pand is. Na zijn vertrek naar Groningen Oost wordt het pand verkocht. Elders in het dorp worden nieuwe pastorieën gekocht. De groei van de gemeente maakt het instellen van een tweede predikantsplaats noodzakelijk. Op 28 augustus 1977 wordt Ds. H.E. Nieuwenhuis aan de gemeente van Ermelo verbonden. Ds. Brandes wordt in 1982 opgevolgd door Ds. E. Woudt, die in 1993 Ermelo verwisselt voor Heemse. In de vacature wordt in 1994 voorzien door de intrede van Ds. P. Groenenberg. Deze overlijdt op 14 maart 2005 in actieve dienst. Hij wordt per 1 januari 2007 opgevolgd door Ds. P.F. de Boer.

De eerste Rehobothkerk

Het kost aanvankelijk enige moeite om, direct na de Vrijmaking, huisvesting te vinden voor de zondagse erediensten. Tenslotte vindt de kleine gemeente onderdak in het gebouw van de Zendingskerk voor een bedrag van ƒ 10,-- per week. Aan de kerkleden wordt gevraagd of zij zaterdag een blok hout en/of enkele turven achter de kerk willen bezorgen. Van dat kerkje en het erachter liggende verenigingsgebouw 'De Hoeve' wordt dertien jaar dankbaar gebruik gemaakt.
Ondertussen wordt hard gespaard voor een eigen kerkgebouw. In 1955 wordt een perceel grond gekocht op de hoek van de Dirk Staalweg en de Oude Telgterweg ter grootte van 23 are en 80 ca voor de prijs van ƒ 3.927,--. Daarop verrijst de Rehobothkerk die op 7 augustus 1959 in gebruik wordt genomen.

In het kerkblad "Van Ermelo's kerk-erf" van 10 juli 1959 schrijft Ds. De Wal een toelichting op de gekozen naam. Deze voert naar Genesis 26 waar te lezen is van de moeite die Isaäk ondervindt in het land der Filistijnen. Hij moet zelfs vertrekken en ondervindt daarbij tal van tegenslagen. Al de putten die door de knechten van zijn vader waren gegraven, waren door de Filistijnen dichtgestopt en met aarde gevuld. De nieuw gegraven putten werden betwist door de Gerarieten, zodat ze weer verder moesten trekken. Tenslotte belandt hij op een plaats waar een put wordt gegraven waarover zij niet twistten. Deze noemde Isaäk Rehoboth, en hij zei: "Nu heeft de HERE ons ruimte gemaakt, zodat wij vruchtbaar kunnen zijn in het land." Ds. De Wal wijst op de dubbele betekenis. De HERE gaf ruimte en bevrijding, zodat Isaäk zou kunnen uitgroeien, naar Gods belofte, tot een groot en talrijk volk. Daarin is de groei van de kerk te zien. In de naam is ook te lezen dat de HERE ons vrijheid en gelegenheid geeft te vergaderen op een plaats die ons niet wordt betwist. Tegelijkertijd is het een plaats, waardoor de komst van Gods koninkrijk wordt gediend en de groei van de kerk bevorderd moet worden. Gave en opgave voor de gehele gemeente. Als we dat in rekening willen brengen zal de HERE ons Zijn zegen niet onthouden, aldus Ds. De Wal.

Bij de ingebruikneming van de nieuwe kerk wordt de sleutel van de kerk door de architect overgedragen aan de kerkeraad. Daarna wordt een korte Woorddienst gehouden. De tekst is uit Openbaring 21: 22. Het thema luidt 'De profetische troost over de schijnbare tragiek van alle tempelbouw. De puntenverdeling is als volgt:
1. Tempelbouw is verantwoordelijk werk
2. Tempelbouw schijnt teleurstellend werk
3. Tempelbouw blijkt eeuwigheidswerk.

Na de pauze volgt een meer intieme gemeentevergadering. Hier spreekt mevr. Riemer op geestige wijze bij het aanbieden van de geschenken die de VAK (Vrouwenaktie voor de Aankleding van ons Kerkgebouw) heeft gekocht van de opbrengst van de acties. Eigenlijk is er meer sprake van Inkleding van het kerkgebouw want, behalve de vlag, is het ganse resultaat van de acties toch bestemd voor het interieur van het gebouw. De opbrengst bedraagt in totaal een bedrag van ƒ 2.843,25. Van mevrouw Van Deelen ontvangt de kerkenraad een kanselbijbel die oorspronkelijk nog aan Prof. Brummelkamp heeft toebehoord. Gemeentelid dokter Bosch schenkt de luidklok voor het gebouw. Ook de verenigingen leveren hun bijdrage aan het welslagen van deze avond.

Het kerkgebouw, al snel bekend als het ‘witte kerkje’ wordt gebouwd naar een ontwerp van architect P.W.J. Hoeks en trekt landelijke aandacht. We citeren het Winkler Prins Jaarboek 1960, waar op pagina 277 onder het hoofdstuk 'Protestantse kerken' is te lezen: "De op 7 augustus 1959 in gebruik genomen Rehobothkerk van de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt te Ermelo wordt vooral, in technisch en economisch opzicht, als een uitstekend voorbeeld voor nieuwe kerkbouw beschouwd. De totale kosten bedroegen ca. ƒ 115.000,--. De kerk heeft 320 vaste zitplaatsen."



Een wandkleed in de kerkzaal van het huidige kerkgebouw vormt een blijvende herinnering aan het witte kerkje.

Ledenverloop

Behalve dat van gestage groei (van 82 in 1946, via 300 in 1959 naar bijna 500 in 1969) sprake is en een eigen kerkgebouw in gebruik is genomen, blijven ook moeiten de kerk niet bespaard. Reeds jaren sluimerende zaken komen aan het eind van de zestiger jaren, ook landelijk, tot een uitbarsting. Het gaat om verschillen van inzicht over de betekenis van de Vrijmaking, de band aan de Gereformeerde Belijdenisgeschriften en de verhouding tot het kerkverband. Plaatselijk dieptepunt is dat in 1969 148 leden buiten het kerkverband geraken. Zij vormen de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt (buiten verband). Later zal men zich, na landelijke afspraak, Nederlands Gereformeerde Kerk gaan noemen. Ook hier gaat de kerkstrijd dwars door gezinnen en families en is er aan beide kanten veel verdriet.
De breuk heeft ook andere gevolgen voor de kerkelijke gemeente van Ermelo. De kerk van Voorthuizen-Barneveld is als gevolg van de kerkelijke twist zo klein geworden dat de leden aldaar kerkelijk onderdak bij Ermelo zoeken. Die situatie duurt tot 1981. Op dat moment is de gemeente daar zover gegroeid dat tot (her)instituering kan worden overgegaan.
In 1990 vindt in Putten (her)instituering plaats. De kerkleden aldaar hebben vanaf 1946 bij Ermelo gehoord, maar zijn zo in getal gegroeid dat, na een proefperiode, men op eigen benen kan staan.
De gemeenteleden uit Harderwijk hebben slechts kort in Ermelo gekerkt. Eind 1947 wordt men daar zelfstandig.

De nieuwe Rehobothkerk

Als gevolg van de al genoemde groei wordt het kerkgebouw te klein, niet alleen voor de erediensten, maar ook voor de doordeweekse activiteiten. Daarom wordt het oude kerkje gesloopt en verrijst op dezelfde plek een nieuw kerkgebouw met 650 zitplaatsen. Het wordt een modern, speels opgezet gebouw. De ramen zijn van gekleurd glas, waarin de cyclus van groei en landbouw is uitgebeeld. Met de vele kappen, die het gebouw rijk is, wil de architect de vele activiteiten binnen het gebouw aangeven. Bovendien laten deze kappen veel licht door, zowel van buiten naar binnen als -symbolisch gezien - van binnen naar buiten. Het totale ontwerp sluit aan bij de omgeving, bij de dorpsgemeenschap, maar bedoelt toch duidelijk een kerkgebouw te zijn.

RehobotkerkHet ontwerp is van architect D.J. van der Stelt en de totale kosten bedragen ƒ 1.600.000,--. Van dat bedrag wordt ƒ 650.000,-- door de kerkleden zelf opgebracht. De luidklok van het witte kerkje fungeert in de nieuwe kerk als doopvont. Het doopvont maakt deel uit van het liturgisch centrum, naar een ontwerp van gemeentelid K.P. de Haan. De preekstoel wordt geflankeerd door twee liturgieborden aan de achterwand. Op het podium staat voor het ene bord de collectezakkenstandaard en voor het andere een tafel, waarvan het doopvont deel uitmaakt. Omdat aan de andere kant van die tafel het avondmaalsstel staat, wordt d.m.v. de daartussen liggende open Bijbel de eenheid tussen Woord en sacrament gesymboliseerd.
 

Het orgel, in 1974 door de gebroeders Reil te Heerde gebouwd, komt ook uit de vorige kerk. Het is een orgel met mechanische sleepladen en opgebouwd met de bestaande windlade en met gedeeltelijk oud pijpwerk.
In 2005 wordt voor de prijs van € 55.000,00 een Blank-orgel overgenomen van de Christelijke Gereformeerde kerk te Bussum. Het instrument, gebouwd in 1963, heeft een hoofd- en rugwerk met vrij pedaal en achttien registers. Het telt 1.114 pijpen.

De eerste steen

In de hal van het gebouw vinden we de 'eerste' steen, met daarop de tekst uit Prediker 4:17 "Behoed uw voet als gij naar Gods huis gaat". Bij de ingebruikname op 12 september 1978 houdt Ds. M. Brandes in zijn openingstoespraak de gemeente de woorden van 2 Kronieken 5 voor, waar het gaat over de inwijding van de tempel van Salomo: "In dit huis zal gepredikt worden naar het woord van onze God. Mocht dit anders zijn, geve God dat dit gebouw dan instort."
Burgemeester E. Veen prijst namens het gemeentebestuur de moed van de kerk om in die tijd zo'n kerkgebouw te laten bouwen. "Een gebouw zonder toren, maar met veel toppen die naar de hemel wijzen" aldus Ermelo's eerste burger, daarbij verwijzend naar het steeds weer inspringende dak van het gebouw. Tijdens de periode van de bouw vinden de kerkleden gastvrij onderdak in het Hervormd Kerkelijk Centrum aan de Jeugdkant.
In 1997 vindt een inpandige verbouwing plaats, waarbij zaalruimte en facilitaire voorzieningen worden uitgebreid.

Kerkblad

Ten behoeve van de onderlinge communicatie is een eigen kerkblad van groot belang. Dat wordt ook zo aangevoeld door drukkerij Bolhuis te Ermelo, die ten tijde van de vrijmaking de uitgave van de kerkbode van de classis Harderwijk der Gereformeerde kerken verzorgt. In een brief van 30 januari 1946 is te lezen dat als er gemeenteleden zijn die onder de huidige omstandigheden geen prijs meer stellen op ontvangst van deze kerkbode, zij dat kunnen aangeven. In dat geval wordt slechts een derde (ƒ 0,30) van de kwartaalprijs in rekening gebracht.

De classis Apeldoorn benoemt vervolgens een commissie voor samenspreking met de drukker van “Ons Kerkblad”. Men bereikt overeenstemming over prijs en uitvoering.
Het wordt een uitgave van de classes Apeldoorn, Arnhem en Harderwijk.

In 1948 wil de classis Harderwijk geen verantwoordelijkheid meer dragen voor de uitgave van “Ons Kerkblad”. De grotere kerken hebben behoefte aan een eigen kerkblad. Op 6 maart 1948 wordt in gezamenlijk overleg door de classes Arnhem en Harderwijk besloten om de uitgave van “Ons Kerkblad” te beëindigen m.i.v. 30 juni 1948

Vanaf medio 1948 worden de Ermelose berichten geplaatst in het Gereformeerd Kerkblad van Overijssel en Gelderland.

Op 3 oktober 1958 verschijnt het eerste nummer van “Van Ermelo’s Kerk-erf” het eerste eigen kerkblad voor Ermelo. In de loop van vijftig jaar heeft het kerkblad het karakter van een mededelingblad gekregen en en is ook de verschijningsvorm enkele malen gewijzigd.

1958
Zoals u ziet ontbreekt de eerste jaren het kerkzegel op het voorblad.

1964
Pas in 1964 (6e jaargang, nr. 17 van 29-8-1964) is er ruimte voor gemaakt. Het is dan ook prominent aanwezig met een doorsnee van 4 cm. Het oorspronkelijke formaat. Ook het lettertype van de naam verandert.

1979
In 1979 wordt besloten om het blad in eigen beheer te gaan vervaardigen wat voor de kerkenraad aanleiding is het orgaan in een ander jasje te steken en een andere naam te geven. In het verslag van de vergadering van 19 april 1979 lezen we dat door de Commissie van Beheer vier 'kopjes' worden getoond waarvan er één wordt uitgekozen. Vervolgens is vastgelegd dat "de kerkbode voortaan de naam Ichthus zal voeren". Dat is alles.
In het kerkblad verduidelijkt de toelichting van Ds. Brandes dit besluit. Onder het hoofdje 'Ons kerkblad in een nieuw jasje' deelt de preses van de kerkenraad het volgende mee: "Het kerkblad wordt voortaan geheel door gemeenteleden vervaardigd. Daarom kwam het de kerkeraad goed voor ons blaadje in een ander jasje te steken. Hij besloot daarbij de naam net zo te doen luiden als de naam die we in het vignet aantreffen: Ichthus."
Hierdoor wordt het kerkenraadsbesluit wel iets duidelijker. In hetzelfde nummer van, inmiddels, Ichthus (21e jaargang nr. 10 van 12-5-1979) geeft de ontwerpster van het front van het vernieuwde kerkblad, Gezien Bruijn, een toelichting dat zij het kerkzegel het middelpunt wil laten zijn van de vensters en de puntdaken die kenmerkend zijn voor ons nieuwe kerkgebouw.

"Stenen, glas en balken vormen de doorgaande lijnen en vlakken in het vignet, maar het zegel, de Bijbel en de gemeenteleden zijn toch de belangrijkste gegevens waar alles om draait".

1998
Met ingang van de 40e jaargang (1998) ondergaat het kerkblad, dat inmiddels het mededelingenblad Ichthus heet, zijn eerste verandering. In de plaats van het witte omslag wordt nu gebruik gemaakt van de kleur zacht geel, terwijl het titelblad er ook anders uit komt te zien. Nu weer een losstaand zegel, duidelijk naast de naam Ichthus afgedrukt. Onder aan de pagina zijn de omtrekken van de zijkant van het kerkgebouw zichtbaar. Het zegel heeft dit keer aan formaat niets hoeven in te leveren, want het blijft 2½ cm maar is nu wel weer veel duidelijker zichtbaar. Per jaargang wordt nu een andere kleur omslag gebruikt.

Kerkzegel

Bij de vrijmaking in 1946 is het oorspronkelijke kerkzegel in gebruik gebleven. Het zegel dateert uit de jaren twintig van de twintigste eeuw.
  "In 1924 werd aan de Gereformeerde Kerk een kerkzegel geschonken". Dat is te lezen in het Gedenkboek Rond Ermel's Wehme. Behalve een omschrijving van het zegel vernemen we verder niets daarover. Ook verschillende herdenkingsuitgaven van de plaatselijke Gereformeerde kerk (syn) geven geen uitsluitsel over de herkomst van het zegel. Bij het raadplegen van de notulen stuiten we op een kerkenraadsvergadering van 3 januari 1924, waaruit we het volgende citeren:
"De preases (Ds. B. van Halsema) deelt mede, dat iemand bereid is gevonden aan de kerk van Ermelo een kerkelijk zegel ten geschenke te geven. Een omschrijving wordt gegeven hoe de gever zich voorstelt dat dit stempel er zal kunnen uitzien.
De kerkeraad ontvangt deze mededeling met ingenomenheid en zal gaarne een dergelijk geschenk aanvaarden. Over wat op dit stempel zal moeten geschreven staan, kan nog nader overleg worden gepleegd en dienaangaande informaties worden ingewonnen.
In verband met een vraag van br. Breimer wordt opgemerkt dat, wanneer de stukken die vanwege de kerkeraad worden uitgegeven, van dit zegel zijn voorzien, men volstaan kan met daarop één handtekening te plaatsen."
Het valt blijkbaar niet mee om een en ander nader te onderzoeken, want in de notulen van 11 augustus 1924 lezen we:
"Br. Rappers vraagt wanneer het kerkelijk zegel, waarover indertijd werd gesproken, kan verwacht worden. De preases zal hiernaar een onderzoek instellen."
Hier worden we dus niet veel wijzer van. Navraag bij het dienstencentrum van de Gereformeerde kerken in Nederland te Leusden geeft te zien dat men daar het bekende zegel te boek heeft staan met onderliggend een gedeelte uit een brief uit 1960 van Ds. Van Halsema waarin hij, uit zijn herinnering puttend, schrijft dat het zegel in 1924 'ten geschenke is gegeven' waarna de beschrijving volgt. In een cirkel van 4 cm doorsnee staat in omschrift DE.GEREFORMEERDE.KERK.TE.ERMELO * In de binnenring staan de Griekse letters I, CH, TH, U, S, die tezamen het woord Ichthus vormen, het Griekse woord voor vis. Onder die letters is een vis afgebeeld. De letters staan voor Iesous CHristus THeou Uios Sooter, wat betekent Jezus Christus Gods Zoon Zaligmaker. De vis is ook het symbool van de oude christelijke kerk, ontstaan als geheim teken van de Christenen in de catacomben, uit protest tegen de verering van de Romeinse keizers als godheid.

Na 1946 blijft het zegel ook bij de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt in gebruik.

Herdenkingsboekjes en andere (eigen) uitgaven

Een aantal onderwerpen in dit historisch overzicht wordt nader uitgewerkt in brochurevorm.

Er zijn enige exemplaren van de volgende uitgaven beperkt beschikbaar.
1 Herdenking Vrijmaking Ermelo op 15-1-1971.
2 Voorgeschiedenis Rehobothkerk Ermelo, jul 1984
3 Herdenking Vrijmaking Ermelo op 15-1-1996
4 Notulen breede kerkeraad van 15-5-1947
5 Het zegel van de kerk, dec 1998
6 Bouw Rehobothkerk in 1978, jul-sep 2003
7 Een koninklijk instrument, jun-aug 2006
8 50 jaar van het Ermelo's kerk-erf, jul-okt 2008
Belangstellende kunnen contact opnemen met de archivaris (archivaris@gkvermelo.nl)

Biografieën predikanten Gereformeerde Kerk vrijgemaakt

1. C. Stam (1947 - 1951)
Pred. te Tweede Exloërmond 1-8-1943, Ermelo 8-6-1947, Groningen 30–9-1951, Emeritus 1-10-1980.

2. Joh. de Wal (1954 - 1964)
Pred. te Noordbergum 9-11-1941, Rijnsburg 20-7-1947, Ermelo 4-5-1952, Emeritus 1-9-1964, Bruchterveld 23-3-1969, overleden 25-8-1975.

3. T. J. Keegstra (1965 - 1970)
Pred. te Waardhuizen 27-10-1957, Tiel-Zaltbommel 6-4-1961, Ermelo 23-5-1965, Arnhem 4-10-1970, Emeritus 1-7-1986, overleden 1-12-1993.

4. M. Brandes (1973 - 1981)
Pred. te Daarlerveen 21-6-1959, Meppel 19-1-1964, Hengelo 16-4-1967, Ermelo 24-6-1973, Groningen-O. 21-6-1981, Hardenberg 3-7-1988, Hardenberg-O. 1-1-1993, Emeritus 9-3-1995.

5. H.E. Nieuwenhuis (1977 - 1-10-2011 emeritaat)
Pred. te Zuidwolde (Gr.) 7-1-1973, Ermelo 28-8-1977.

6. E. Woudt (1982 - 1993)
Pred. te Vrouwenpolder 11-3-1973, Den Helder 6-2-1977, Ermelo 3-10-1982, Heemse 2-5-1993.

7. P. Groenenberg (1994 - 14-3-2005, overleden in actieve dienst)
Pred. te Uithuizen 24-9-1972, Stadskanaal 22-8-1976, Amersfoort-W 11-7-1982, Ermelo 1-7-1994.

8. P.F. de Boer (2007 - heden)
Pred. te Roodeschool 30-1-1994, Staphorst 26-9-1999, Ermelo 1-1-2007